Gebruikerservaringen

Achtergrondafbeelding

Contact?

 Kan ik u helpen?


Productinformatie

 

Waterschap Roer en Overmaas zet Océ TCS500 in

Voor de kaartproductie heeft Waterschap Roer en Overmaas sinds 2007 de Océ TCS500 in gebruik. Dit zowel voor de kaarten in kleur, als voor lijntekeningen, zoals die voor bouwprojecten e.d. worden aangemaakt.
 

Welbeschouwd is het verwonderlijk hoe weinig de doorsnee Nederlandse burger weet van het werk van de waterschappen. Deze vormen in grote delen van ons natte land de oudste bestuurslaag. Hun werk is direct van invloed op de woon- en leefomstandigheden in Nederland. Ze maken dat we de voeten droog houden. Ze sturen ontwikkelingen in het landschap. En toch weet men nauwelijks meer, dan dat er jaarlijks waterschapsbelasting moet worden betaald.

Harry Pergens beaamt dat de waterschappen relatief onbekend zijn bij het grote publiek. Hij is Coördinator Geografische Informatievoorziening bij het Waterschap Roer en Overmaas en zorgt er voor dat de vele medewerkers in het veld ten allen tijde over de juiste, actuele kaartinformatie kunnen beschikken.

Een bijzonder werkgebied

“Dat van de oudste bestuurslaag geldt niet voor Limburg,” zegt hij met een glimlach. “Het zuidelijk deel van ons werkgebied, met de Geul als meest opvallend element, is in de jaren tachtig van de vorige eeuw onder beheer van het Waterschap gekomen. Pas in 1988 zijn de laatste witte vlekken ingevuld.”

Ook in andere opzichten neemt Waterschap Roer en Overmaas een bijzondere plaats in tussen de waterschappen in Nederland. “We hebben meer dan elders in Nederland te maken met hoogteverschillen, met qua geaccidenteerdheid ook nog eens flinke verschillen per regio. In het Geulgebied is immers veel meer schakering dan in de noordelijke regio waar de Roer het beeld bepaald. Gevolg is dat de beken in het ene gebied veel sneller stromen dan in het andere. En we hebben erg veel beken. Als een van de grondsoorten hebben we bovendien te maken met löss en daarmee met het risico van erosie.

Vervolgens hebben we, om het zo maar te zeggen, erg veel buitenland, en aangezien beken en rivieren zich niets aantrekken van landsgrenzen moeten we intensief samenwerken met Duitse en Belgische collega-organisaties. Ons gebied is daarbij sterk verstedelijkt, met in totaal 750.000 inwoners. En vergeet niet: we hebben in het recente verleden, in 1993 en 1995, twee keer te maken gehad met ernstige overlast toen de Maas het water niet meer aan kon.“

Werken met kaarten

Het Waterschap zelf onderscheidt drie (hoofd)taken: (1) Het zorgen voor droge voeten en omgekeerd ook voldoende (schoon) water; (2) het beheren en onderhouden van beken en van 77 kilometer kaden langs de Maas, aangelegd sinds 1995; en (3) het bestrijden van muskus- en beverratten. Het primaire werk gebeurt derhalve ‘in het veld’, en bij al dat veldwerk is informatie nodig. Informatie, vooral, in de vorm van kaarten.

“We produceren er duizenden per jaar,” vertelt Harry Pergens. “In 1990 en 1991 zijn we begonnen met het digitaliseren van de kaartinformatie en we beschikken nu over een database waarin we de actuele stand van zaken bijhouden en van waaruit elke kaart wordt geprint. Het principe daarbij is hetzelfde als dat in de tekenkamer van vroeger. Je gaat uit van een basiskaart, en daarop maak je een soort overlay waarin de functieafhankelijke informatie is opgenomen. De combinatie druk je af. Je kunt natuurlijk een kaart maken met alle informatie, maar die is dan nauwelijks nog leesbaar en zeker niet functioneel.” De digitale bestanden die nu de basis vormen voor de kaartproductie bieden ook mogelijkheden voor alternatieven. Pergens beaamt dat ook. “Natuurlijk werken we ook aan het digitaal aanbieden van kaartinformatie. Op de werkstations in de vestigingen kan kaartinformatie worden opgevraagd. Medewerkers kunnen naar eigen behoefte inzoomen op heel lokale situaties. Dat geeft extra voordelen en als we denken aan tablet-pc’s kan ik me voorstellen dat we op termijn ook in het veld papieren kaarten kunnen uitsparen.”

Intussen zijn ook de geproduceerde kaarten toegesneden op het werk waarbij ze worden gebruikt. Zo worden er kaarten afgedrukt die uitsluitend als doel hebben het aanleggen van waterbuffers te ondersteunen, en ook kaarten met daarop uitsluitend de vangplaatsen van muskusratten. Of kaarten bij het onderhoud en herinrichting van beken, rivieren, vennen, plassen, droogdalen en kaden. Kaarten bij de aanleg van visomlopen of vistrappen. Enzovoorts. Te veel om op te noemen. Uit het totaal aan (geo)grafische informatie die Pergens’ zeven man sterke bemanning jaarlijks produceert valt het vele werk van het Waterschap voor het overgrote deel af te leiden. Omgekeerd blijkt hier uit, hoe essentieel het werk van deze afdeling, met de naam Geografische Informatievoorziening (GIV), is voor de dagelijkse product-tcs500_p3_modB.pngpraktijk van het veldwerk.

Océ TSC500: prachtige resultaten

Voor de kaartproductie heeft Waterschap Roer en Overmaas sinds 2007 de Océ TCS500 in gebruik. Dit zowel voor de kaarten, die voor het overgrote deel in kleur worden geproduceerd, als voor de lijntekeningen, zoals die voor bouwprojecten e.d. worden aangemaakt.

De weg naar de Océ TCS500 is met enige haperingen afgelegd. Gezien de benodigde capaciteit en vergelijkbare criteria werd door Océ aanvankelijk de TCS400 aangeboden en geïnstalleerd. Pergens hierover: “We zouden met dit lichtere model hebben toegekund, als er geen problemen waren ontstaan. De verklaring hiervoor bleek te schuilen in de combinatie van de CAD-software die wij in gebruik hadden en hebben en de beschikbare drivers van de Océ TCS400. Dat klikte niet en dat wilde ook niet klikken. Er bleven daardoor problemen met de stabiliteit en ook de bedrijfszekerheid.”

Pergens licht dit nader toe. “We gebruiken MicroStation en buiten die software volledig uit. We bereiken daarmee een zekere transparantie in de kaarten. Die is belangrijk voor de leesbaarheid van de kaarten en dus ook de kwaliteit van de informatievoorziening. En dat wilde niet lukken met de Océ TCS400, althans niet stabiel en bedrijfszeker.”

“Overigens, vervolgt hij haastig, wil ik niet te lang stilstaan bij die periode. Je kunt het wel over problemen blijven hebben, maar het is beter om spreken over de manier waarop ze zijn opgelost. En dat heeft Océ uitstekend gedaan door ons een herstart met de Océ TCS500 aan te bieden. Geen langdurig gesleutel aan de Océ TCS400, maar recht door zee erkennen wat het probleem is en wat de beste oplossing. De herstart heeft de vorm gekregen van een nieuw 5 jaar contract, zonder extra kosten voor ons. Resultaat is dat de problemen volledig zijn verdwenen en inmiddels beschikken we over een optimaal stabiel systeem dat ook optimaal beschikbaar is. Dat kun je, ook qua service en onderhoud, wel aan Océ overlaten.”

Het kaartmateriaal dat de afdeling Geografische Informatievoorziening produceert, mag er zijn. Prachtige lichte kleuren, die in geen enkel opzicht de leesbaarheid van de ingeprinte teksten en cijfers benadelen. Zo krijgen de veldwerkers van Waterschap Roer en Overmaas informatiemateriaal aangereikt dat niet alleen aantrekkelijk is, maar dat in die aantrekkelijkheid is wat het moet zijn.

Informatie: Harry Pergens, Coördinator Geografische Informatievoorziening GIV) bij Waterschap Roer en Overmaas
Meer informatie: www.overmaas.nl